Steun ons en help Nederland vooruit

donderdag 13 juni 2019

Politieke grip op digitalisering

Onlangs is een motie van Kees Verhoeven e.a.1 aangenomen die moet leiden tot de vorming van een tijdelijke onderzoekscommissie. Deze commissie moet een antwoord vinden op de vraag hoe Kamerleden beter geïnformeerd politieke besluiten kunnen nemen over digitale ontwikkelingen. Geen overbodige luxe. Het is door de bank genomen belabberd gesteld met de digitale geletterdheid van onze volksvertegenwoordigers.2 Hulde dus voor dit initiatief. De ruime meerderheid waarmee de motie is aangenomen reflecteert mijns inziens dat de Kamer zich dit ook beseft.3

Maar wat zou een dergelijke commissie dienen te concluderen? Dat er een een Kamercommissie moet komen om dit onderwerp permanent handen en voeten te geven? Dat alle Kamerleden verplicht periodiek een cursus ‘ontwikkelingen in IT voor dummies’ moeten volgen? De probleemstelling zoals deze in de motie geformuleerd is, kan nogal breed geïnterpreteerd worden. Onderzoek “naar meer mogelijkheden om de nodige kennis op te bouwen en meer politieke grip te krijgen op het thema digitalisering4.

Een logische aanbeveling lijkt mij in ieder geval de instelling van een themacommissie. Een dergelijke commissie kan juist als meerdere ministers betrokken zijn bij een onderwerp toch haar werk doen. Dit is geen noviteit. Immers, in 2003 is er reeds een themacommissie Technologiebeleid opgericht met als doelstelling om “bij te dragen aan de politieke oordeelsvorming over haalbare en wenselijke ontwikkelingen op het terrein van het technologiebeleid en daarmee aanzetten te geven voor vernieuwende beleidsinitiatieven in politiek en samenleving betreffende de ontwikkeling en toepassing van technologieën”5. Een veel proactievere doelstelling dan de constateringen in de motie van Verhoeven e.a.: “vanuit de samenleving bij herhaling een oproep aan de politiek is gedaan om hierin een actieve positie in te nemen zodat Nederland kansen beter kan benutten en uitdagingen beter kan aanpakken” en “dat de Tweede Kamer voldoende kennis en grip moet hebben om politieke controle en sturing te kunnen uitoefenen op digitalisering en relevante ontwikkelingen op dit gebied”.6 Toch wil de optimist in mij hier een poging in zien om terug te keren naar die proactieve houding. Laat de onderzoekscommissie het keerpunt vormen, zodat de resultaten daadwerkelijk proactiviteit vanuit de Kamer kunnen laten zien.

Laat ik daarbij wel één ding duidelijk maken. Proactiviteit mag nooit uitmonden in een verstikkende controleerzucht die potentieel iedere innovatie in de kiem smoort. Het betekent wel dat de Kamerleden hun rol moeten pakken en zich actief moeten laten informeren over nieuwe ontwikkelingen. Vertrouw op de kracht van de sector, innoveren, maar blijf streven naar een duurzaam harmonieuze samenleving en reken de sector daar op af. Besef ook dat digitale ontwikkelingen Nederland overstijgen en dat internationaal handelen onvermijdelijk is. En als laatste moeten onze volksvertegenwoordigers zich beseffen dat het binnen dit thema makkelijk is je te verliezen in bits en bytes, maar dat zij aangesteld zijn om onze grondrechten en gedeelde waarden te verdedigen.

Ik wil afsluiten met een oproep. Hoe kan een volksvertegenwoordiger grip krijgen op digitalisering zonder daar een beklemmende factor op te worden? Alle input is welkom op bestuur@digitaal66.nl. Daarmee kunnen wij als thema-afdeling in een volgend artikel een breed gedragen visie presenteren.

1 Kamerstukken II, vergaderjaar 2018-2019, 26 643 nr.611

3 Alleen CDA stemde, bij vergissing, tegen.

4 Kamerstukken II, vergaderjaar 2018-2019, 26 643 nr.611

5 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-28923-1.html

6 Kamerstukken II, vergaderjaar 2018-2019, 26 643 nr.611